In een tijdschrift in de wachtruimte van de kaakchirurg las ik:
84% van de Nederlandse vrouwen vind zichzelf er jonger uitzien dan ze is.
Dan lijkt het mij hoog tijd om eens collectief ons beeld van leeftijden aan te passen.
In een tijdschrift in de wachtruimte van de kaakchirurg las ik:
84% van de Nederlandse vrouwen vind zichzelf er jonger uitzien dan ze is.
Dan lijkt het mij hoog tijd om eens collectief ons beeld van leeftijden aan te passen.
Gisteren had ik voor het eerst muziek op tijdens het rondbrengen van de post. Wat een verlichting! Nu hoef ik niet meer naar mijn eigen gedachten te luisteren!
Ooit leek het me geweldig om daar weer eens tijd voor te hebben, dacht ik misschien zelfs een verhaal te kunnen bedenken. Nou, niet meer. De gedachten zijn weinig meer dan “30, 28, 26, 22, 18…” en de blogposts die ik verzin tijdens het lopen, ben ik weer vergeten zodra ik thuis ben. Dus hooray voor oordopjes! Hoef ik ook niet meer die leuke grappen over blauwe brieven aan te horen.
Je krijgt er alleen zulke kleine blogposts van.
Er is iets merkwaardigs aan de hand. Ik heb last van klunzigheid. Ik heb pech. Ik weet niet precies hoe ik het moet noemen, maar als je de mededelingen uit de eerste drie zinnen mixt, heb je het. Of eigenlijk heb ik dat.
Ik heb er last van sinds we weer in Nederland zijn. Toen ik donderdag weer ging werken, was ik zo van het padje dat ik herhaaldelijk post in de verkeerde bus deed. Vrijdag lette ik extra op tijdens de bezorging, maar thuis was mijn klunzigheid des te erg, met als hoogtepunt het door de spijlen van ons bed laten vallen van mijn telefoon. Dat bed zit ingebouwd met dichte kanten, en de spijlen zitten vastgetimmerd. Die telefoon had ik er dus niet zomaar onderuit, en wegens tijdgebrek moest ik zaterdag dus zonder telefoon naar Uden reizen. Op zich was dat geen probleem, maar wel de reden dat ik dat weekend mijn homie niet gezien heb.
Zondag leek Joop geïnfecteerd door mij, toen hij, na een bezoek aan zijn ouders, er op de weg naar huis in de auto achter kwam dat hij zijn huissleutels en portemonnee bij zijn ouders had laten liggen. Dat was nog niet zo erg geweest, als ik niet, al een dag eerder, ook mijn sleutels was vergeten.
Maandag wilde ik hierover bloggen en heb ik vijf minuten roerloos voor mijn scherm gezeten, maar de woorden wilden niet komen.
Gisteren liet ik mijn te zwaar geladen posttas op de grond vallen, waarbij alle postbundels eruit vielen. Later bleek dit slechts een voorteken te zijn van het herhaaldelijk laten vallen van brieven op straat. En vandaag had ik het gevoel voor het eerst sinds een lange tijd weer in mijn postwijk te zijn. Kun je nagaan hoe goed ik erbij was vorige week…
En nou doe ik wel vaker domme dingen, maar dat heeft meestal te maken met woorden. Uit mijn mond. Of drank. In mijn mond.
Dus wat is hier aan de hand? Is er hier een hint die ik zou moeten krijgen? (Is dat überhaupt Nederlands?) Ben ik niet goed bezig? Zou ik hier niet moeten zijn, maar ergens anders? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet, in het licht van deze gedachten, is dat we gisteren een courgette moesten eten. Ik ging een gerecht maken waar een courgette in moest, en Joop ging hem halen bij de supermarkt. Tijdens zijn afwezigheid belde de buurjongeman aan, om ons een courgette uit zijn biologische volkstuintje te geven. Daarna kwam Joop terug van de supermarkt met de mededeling dat de courgettes op waren. Geen probleem!
Smaakte goed.
In de brievenbus van een huis in mijn postwijk, liggen altijd enkele muntjes van vijf cent. Soms drie, soms één, soms twee, maar meestal drie. Ik zie ze als ik de brievenbus opendoe om de post naar binnen te duwen. Het is gewoon een normale, oude brievenbus in de deur.
En dan denk ik, waarom leg je vijf centjes in de brievenbus? Is het fooi? De enige die in de brievenbus kijkt, is de postbode, en waarschijnlijk de reclame bezorgers, de paupers. Wat zou er gebeuren als ik de muntjes zou pakken? Misschien zegt het iets over me, hoeveel muntjes ik zou pakken, of welk muntje precies. Dat zodra ik dat doe, de deur open zwaait en een oude zigeunerin me mijn toekomst verteld.
Of misschien wil de bewoonster* me erin luizen. Dat zodra ik een muntje pak, ze me kan laten oppakken voor diefstal. Omdat ze een verbitterde oude vrouw is, die er een hekel aan heeft dat ik de post altijd zo doelgericht naar binnen mik. Of misschien is het een test; wil ze zien hoelang het duurt voordat ik zwicht voor de kracht die die muntjes uitstralen. En als ik dan een jaar lang de verleiding kan weerstaan, ben ik geslaagd voor de test en mag ik haar leerling in de duistere magie worden.
Helaas zullen we het nooit weten. Want ik krijg de kans niet om de verleiding een jaar te weerstaan, want zolang zal ik haar postbode niet zijn. Want in september vlieg ik naar Nieuw-Zeeland en kom ik nooit meer terug!!!
Ok, drie maanden later weer. Maar dan is het december en heeft ze vast al haar vijf centjes nodig om zichzelf warm te houden.
* Overigens heb ik de bewoonster, als die al bestaat, nog nooit gezien.
Eerder deze middag liep ik de post te bezorgen. De zon scheen op mijn bolletje, de geur van zonnebrandcrème (van mijn eigen armen) hing in de lucht. Toen ik langs de snackbar liep en de geur van friet zich met de andere geuren mengde, was mijn zomergevoel compleet.
Ik heb me daarover lopen verwonderen. Ik bedoel, ik weet waar het vandaan komt. Vroeger ging ik altijd met vriendinnen friet halen om lunchtijd, als we aan het water zaten. Dan komt die hele mix van zon, zonnebrand en friet wel tot zijn recht. Maar dat juist specifiek dat mijn zomergevoel-geurenmix is, vind ik dan wel weer vreemd. Ik zat nooit dagenlang aan het water. Hoogtepunt van de zomer was altijd het op vakantie gaan, en dat deden we zelden aan het water. Zonnebrandcrème en muffe kerk-lucht, dat zou mijn zomergevoel-geurenmix moeten zijn. Maar ik neem aan dat dat dan mijn vakantiegevoel-geurenmix is.
Nu snap ik wel waarom ik altijd even een onbehaaglijk gevoel krijg bij het zomergevoel. Ik bedoel, als in de brandende zon aan het water zitten met een frietje mijn zomergevoel belichaamt, dan heb ik liever herfst. Maar Joop had precies hetzelfde. Nog meer mensen met dit friet-complex? Want dan weet ik wat jij vroeger deed in de zomer…
Nee, mooie herinneringen. Daarom hou ik van geuren. Ze nemen je gelijk mee terug de tijd in. Even later kwam ik langs een man die zijn tuin stond te sproeien. Die heerlijke geur van natte aarde en planten, in de warme atmosfeer, en nog steeds de zonnebrandcrème-lucht van mijn armen, bracht me weer helemaal bij ons thuis in de tuin, in het zwembadje met mijn broers, of op de akker van één of andere boer, waar we verkoeling zochten onder de sproeiers.
Die kies ik. Dat wordt mijn zomergevoel-geurenmix.