Godsgruwelen, wat is het hier koud!
Groetjes uit Maleisie
Als je vlucht een dag eerder, op zondag, gaat en je nog steeds op woensdagochtend aankomt, waar blijft die dag dan?
Die blijft in Maleisie. Bij het inchecken in Auckland werd ons verteld waar we zelf nog helemaal niet op waren gekomen. Waarom we zelf niet hadden bedacht dat het een beetje vreemd was dat een vlucht van 24 uur ruim drie dagen duurde weet ik niet, waarschijnlijk weggewoven onder het mom van tijdsverschil en het genot van een wijntje, hehe.
In ieder geval werd de lichtelijke paniek die toen bij ons opkwam (want wat moeten we in godsnaam een nacht en een dag in Maleisie doen, zonder accomodatie en dergelijke?) vrij snel weggenomen toen we om opheldering gingen vragen. In Kuala Lumpur lag er een hotelvoucher op ons te wachten.
Eindelijk in het hotel aangekomen was het voor ons al drie uur ’snachts, hoewel het in Maleisie 22:00 was en gruwelijk warm en benauwd. We hebben heerlijk geslapen in een groot bed in een hotelkamer met airco, luxer dan alle hostels die we in NZ hebben bezocht. Deze dag besteden we in en om het zwembad op het dak van het hotel, af en toe onderbroken door een bezoekje aan het lopend buffet. Alles word betaald door de vliegmaatschappij, maar wij waren liever al onderweg naar huis!
Dus nogmaals, tot in Nederland!
Het is wat
De campervan is ingeleverd en we wandelen wat rond in Christchurch, een leuke stad met wat mooie Engelse gebouwen. Morgen gaat het vliegtuig naar Auckland, vanwaar we een bus pakken naar Mangawhai, om nog een dagje op bezoek te gaan bij Andrew & Bianca. Scheelt ook weer een weekend in Auckland te moeten doorbrengen! Niet echt een stad waar je je NZ avontuur wil afsluiten.
Voor we de campervan in moesten leveren, namen we het er nog even van en maakten wat kilometers door het binnenland in te gaan. Daar besteedden we de meeste tijd met rijden door prachtige landschappen die eens heel anders waren dan de groene heuvels en uitgestrekte stranden die NZ kenmerken. Dit landschap was plat, met in de verte de hoge pieken van de Southern Alps, met bruine velden en indrukwekkende luchten.
Dit is niet een voorbeeld van zo’n landschap, maar wel het prachtige uitzicht dat we hadden vanaf onze campeerplek, met een wijntje en een boekje op een stoeltje buiten de campervan, met de ondergaande zon op de heuvels.
Ons LOTR boekje leidde ons ver dit onherbergzame gebied in, op zoek naar deze locatie:
Ja Erwin, zeg het maar.
Terug landinwaarts kwamen we langs Lake Tekapo, met zijn prachtige meer, omgeven door bergen met besneeuwde toppen en prachtige bloemen, de Mountain Lupin geheten.
Lake Tekapo.
Het is ons helaas niet gelukt om een echt hoge berg te zien. We deden een poging door naar Mt. Cook te rijden, maar het mooie weer werd onderweg steeds slechter, en aangekomen bij de hoogste berg van NZ, was hij natuurlijk weer in regen en mist gehuld. Denken we.
Misschien hebben ze stiekem geen hoge bergen en zeggen ze gewoon van wel om onschuldige reizigers extra benzingeld af te troggelen.
Hetzelfde fenomeen bestond ook met dolfijnen. Overal zouden ze zitten, maar telkens als wij ergens waren, waren de dolfijnen nergens te bekennen. We hadden ze bijna afgedaan als eenzelfde mythe, totdat we in Akaroa met een bootje de haven ingingen.
DOLFIJNEN! Ze zijn er echt! Dit zijn de kleinste dolfijnen ter wereld, de Hector’s Dolphin, en ze komen alleen voor in Nieuw-Zeeland.
En zo werd het toch nog een dol fijne vakantie. (Sorry, kon het niet laten.)
Cheers!
Southern Zieniks Route
Jeetje peetje, wat moeten we ver terug als we de foto-draad willen oppakken waar we gebleven zijn.
Okee, snel dan:
Onderweg naar Queenstown namen we de prachtige weg door Mt. Aspiring National Park. Hier kijken we uit over maar liefst drie LOTR-locaties. Herken JIJ ze?
Onze LOTR-locatie-boekje bracht ons ook in het kleine dorpje Arrowtown, enorm pittoresk en groen en leuk. We bleven er een dagje om tot rust te komen, met de nodige bescherming tegen de zon.
Queenstown was niet zo’n grote stad als we dachten (zelfs kleiner dan Uden!) en misschien daarom ook zo leuk.
Vanuit de stad kon je naar het stadspark lopen, en langs het water waren de uitzichten prachtig.
Na Queenstown gingen we richting Glenorchy and beyond. De weg daarheen was prachtig, met hoge, rotsachtige bergen, glooiende groene velden, schapen (natuurlijk) en uitzicht op de “Misty Mountains”. Geen van de foto’s doet er recht aan, dus ik laat er geen zien.
Voorbij Glenorchy sliepen we aan de rand van een prachtig bos, waar we ’s ochtends een wandeling maakten.
Onderweg naar Milford Sound uitzichten over Rohaneske velden.
Met de boot door de Milford Sound.
Onze reis ging verder via Invercargill door The Catlins, waar we langs prachtige kusten kwamen.
Aan een van die prachtige kusten liepen we een zeeleeuw tegen het lijf. Maar niet te dichtbij, anders wordt hij boos en hij schijnt nog hard te kunnen rennen ook.
Eten maken in de campervan, op de mooiste overnachtingsplek so far.
View from the van.
Toen we na het eten even buiten van de zonsondergang gingen genieten, werden we verrast door een uiterst zeldzame, bedreigde yellow-eyed penguin.
De volgende ochtend werd Joop wakker met een dikke, pijnlijke, brandende elleboog. Na een strandwandeling werd het alleen maar erger en besloten we om zo snel mogelijk een dokter op te zoeken. Dat ging nog niet zo makkelijk, want we waren in the middle of nowhere en de vrouw van de informatiebalie in de eerstvolgende stad had eigenlijk ook geen idee waar we op deze tijd van de dag (1 uur ’s middags op een maandag) een dokter moesten vinden. Dus racede ik met de campervan over de smalle, bochtige wegen van The Catlins, onderwijl wij ons afvroegen wat het zou kunnen zijn: een spinnenbeet, een steek van een giftige mug, een mysterieuze infectie? 50 minuten later kwamen we in het volgende dorpje terecht. Godzijdank was daar een medical centre, waar we geholpen konden worden. “Oh dokter, wat is er met me aan de hand?”, vroeg Joop, amputatie vrezend. “Je hebt te veel op je elleboog geleund”, was de diagnose. Wat pijnstillers en een drukverband later, waren we weer op weg naar ons volgende avontuur.
Van de Southern Scenic Route, de weg die we volgden van Invercargill naar Dunedin, hebben we daardoor niet veel gezien, en al helemaal niet meer toen we besloten in het donker door te rijden naar Dunedin, waar ze inderdaad USB hebben.
Rip-broek
Na ongeveer 60 dagen trouwe dienst heeft mijn bruine, linnen broek van 5 euro het opgegeven. Toen ik weer eens moest bukken om iets van onder de bank, waar onze opslagruimte is, te pakken, scheurde hij uit op de meest charmante plek. Veel van onze kleding vertoont tekenen van slijtage, door het intensieve gebruik en de slechte wasmachines en drogers. Maar misschien heeft het ook iets te maken met het lekkere eten hier…
Ondertussen zijn we aangekomen in Invercargill. Dit is de meest zuidelijk gelegen stad, waar ze wel internet hebben, maar geen USB, dus helaas geen foto’s deze keer. Het is hier koud en nat, maar ik weiger een nieuwe broek te kopen voor de laatste weken. We voelen ons een beetje vreemd over het feit dat onze terugreis nu wel heel dichtbij komt. We willen wel graag weer eens thuis zijn en iedereen zien, maar dat is gelijk weer zo definitief he? We gaan ook niet zomaar weer even terug. Dus over twee weken is het toch echt afgelopen.
In ieder geval gaan we nog het meeste halen uit de laatste dagen. We zijn slechts voor een korte stop in Invercargill, om diesel en voedsel in te slaan voor onze reis door The Catlins, een afgelegen natuurgebied waar we dolfijnen en walvissen willen zien. Overigens staat onze zeedierenteller nu op 2, want tijdens onze boottocht door Milford Sound zagen we yellow-crested penguins (die keilief baby kleine koediekoedie lief klein waren) en lamzakkerige zeehonden, maar daar later meer over als we in een stad komen met USB. Dat zal Dunedin zijn, vermoedelijk.
Tot die tijd, aju. Met een du.
Escape from West-Coast
Ondanks de prachtige, wilde kusten en het indrukwekkende landschap, maakte de aaneenschakeling van troosteloze, grijze en ietwat incestueuze dorpjes de Westkust niet tot een favoriete plek. We hebben de afstand redelijk snel afgelegd, met hier en daar wat stops.
Na in Greymouth de Monteith’s bierfabriek te hebben bezocht, lieten we het stadje snel achter ons, in een poging het slechte weer achter ons te laten, waarbij we helaas Arthur’s Pass moesten overslaan.
Een enorm vat met Monteith’s Black. Jammie, maar omdat ik onze ontsnapping moest bewerkstelligen, ging het merendeel naar Joop.
De eerste stop was in Franz Josef Glacier, het dorpje, om Franz Josef Glacier, de gletsjer, te bezoeken. Wonderwel was dit een heel leuk dorpje, met een alpen-feel en prachtige besneeuwde toppen om ons heen. Meenden we te zien door de wolken.
Bij de uitkijk was door het weer maar weinig van de gletsjer te zien.
Dus klommen we over het hek, om dichterbij te kunnen komen. Compleet veilig, I tell ya.
Een deel van “de weg” van en naar de gletsjer.
Onderweg was er genoeg prachtigs te zien aan weerszijden.
Zoals watervallen.
Terwijl we geteisterd werden met hagel en sneeuw, kwamen we bij de gletsjer. We konden hem zelfs aanraken!
Bij Fox Glacier (de volgende stop) moesten we oppassen dat we niet stil bleven staan terwijl er een rots op ons viel.
We hadden niet zo’n haast, dus voordat we verder zouden gaan naar Haast, wilden we de kans grijpen om Mt. Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, te zien. Tijdens de wandeling om een mooi meer, waren er meerdere uitkijkplekken om hem te zien.
Kijk daar, over het meer, achter de wolken, daar is hij! Zie je hem? Wij ook niet…
Maar wel een lief muisje!
Onze volgende stop was Haast, maar we hadden uiteindelijk wat haast, want het werd haast donker, waardoor we de bergen haast niet meer konden zien.
Zonsondergang boven Haast.
Na even Jackson’s Bay te hebben bezocht, gingen we via Haast’s Pass naar Wanaka. Het was prachtig weer en onderweg werden we omgeven door bergen met besneeuwde toppen, prachtige velden en meren.
Even los van het pedaal en het landschap in ons opnemen onder het genot van een kopje koffie en groene thee.
Nu zijn we in Wanaka, een superleuk dorpje, aan de rand van een groot meer, omgeven door bergen en op korte afstand van Mt. Aspiring National Park. Na aankomst konden we op korte afstand van de stad tussen de naaldbomen aan een riviertje camperen, om de volgende ochtend (gisteren) onder een stralend blauwe hemel wakker te worden.
Lake Wanaka.
Ondanks dat we het hier erg naar onze zin hebben, zullen we morgen onze reis voortzetten in de richting van Queenstown, onderwijl we vele LOTR-filmlocaties zullen bezoeken.
Veel liefs en groetjes, en een paar kusjes.
Nederland laat je horen!
P.S. Je kunt de foto’s op groter formaat bekijken door ze naar een leeg tabblad te slepen. De moeite waard voor alle foto’s op dit blog!
Avonturen
We hebben wat avonturen beleefd tijdens onze reis van Maharau, waar we jullie achterlieten, via Takaka naar het einde van de weg:
Farewell Spit gezien door een verrekijker
Inge kijkt
terug via Kahurangi National Park:
Het slechte weer was niet eens ons grootste probleem…
Het weer liet ons geen keus…
naar Nelson, en van daar naar Westport, om vervolgens weer omhoog te gaan naar Karamea:
Ingang naar de Moria Gate Arch, via een grot
Moria Gate Arch met stalagtieten
en weer helemaal naar beneden via Punaikaiki:
Pancake Rocks
naar Greymouth:
Hier is het inderdaad grijs, het regent en het is koud. Even de plannen herzien met het weerbericht. We hebben ook onze plannen voor verder WWOOF-en herzien, omdat we over minder dan vier weken alweer gaan! We willen nog zo veel mogelijk van het Zuid-Eiland zien, dus nee, we gaan niet meer werken.
Maar wel nog veel meer avonturen beleven, die we dan ook niet vertellen op het blog.
![]()
Golden Bay
Toen we genoeg hadden van de wijn rond Blenheim, gingen we door naar Nelson, terwijl het weer ondertussen slecht geworden was. Daardoor stelden we onze plannen voor het Abel Tasman National Park, waar het absoluut zonnig moet zijn, even uit en reden naar Nelson Lakes, toepasselijk genaamd naar de stad waar het slechts anderhalf uur rijden vandaan ligt…
De grijze lucht bracht het prachtige, stille meer in een mysterieuze sfeer. (Sinterklaaskriebels!)
Onderweg naar Abel Tasman maakten we een tussenstop in Kaiteriteri, waar Joop het, na een middag op het strand, tijd vond om zijn baard te scheren.
Wie IS die gozer?
Zondag werden we met een speedboat over de wilde golven naar een baai in het Abel Tasman park gebracht, vanwaar een stuk terug gingen kayakken. Vanwege de harde wind, mochten we niet naar het zeehonden-eiland kayakken, wat een dikke bummer was. Het kayakken op zee was wel erg leuk. Langs de kust zagen we twee keer een zeehond liggen, maar als je gezegd had dat het gewoon een zwart gat en een schaduw waren geweest, had ik je ook gelooft. Wat mij betreft staat onze zeedierenteller nog steeds op nul.
Die middag wandelden we door het park naar de boot waar we die avond zouden eten en slapen. Dat was een erg leuke ervaring.
De volgende dag liepen we door het park terug naar de campervan, ondertussen genietend van de geweldige- uitzichten en een immense kikker op het strand.
Nu zijn we in Marahau, aan de rand van het park, waar we een dagje van het prach-ti-ge weer genieten, voordat we doorgaan naar het meest westgelegen puntje van Golden Bay, Farewell Spit, of in ieder geval tot zover onze campervan ons kan brengen.
Wij zijn bikkels
…maar wel kapotte bikkels.
We hebben 71 kilometer gelopen in vier dagen, waarvan het overgrote merendeel in de laatste twee dagen. En let wel: in Nieuw-Zeeland. Daar noemen ze een wandeling waarbij je continue steile berg op, steile berg af gaat, een “moderate walk”. Mijn knieen noemen het pijnlijk. Joop en ik hebben allebei enkele lichaamsdelen gevonden die we bij thuiskomst maar eens moeten na laten kijken door de dokter. Maar het was wel mooi.
En nu foto’s, in chronologische volgorde, beginnend bij “lang gelee” en eindigend bij “gisteren”.
“Mordor” (Tongariro National Park) in de mist.
Schildpadje in de dierentuin! Zo lief.
In dezelfde dierentuin hadden ze ook een Tuatara, die alleen in NZ voorkomt en 200 miljoen jaar geleden al bestond. Het exemplaar op mijn foto is nog niet zo oud, wel zo sloom.
Wakker worden in een natuurgebied is geweldig. Vooral als je daarna door “Rivendell” kan gaan wandelen.
Boom-wezen.
Schommelen over Wellington.
Op de boot naar het Zuid-Eiland.
Mossels plukken in de Marlborough Sounds.
Prachtige uitzichten tijdens de Queen Charlotte Track.
Nog even.
Een doorsnede van een treefern (boomvaren). Een boooooomsterrrrrrrrrrrrrr!
Nu zijn we in Blenheim, hart van de Marlborough Wine Region, nog veel bekender en groter dan Napier. Dus we kunnen maar één ding doen: wijn proeven!
En tot slot weer een find-it! (Nee, je hoeft niet de verschillen te zoeken, je moet letterlijk iets vinden.) Deze keer speciaal voor de achterste helft van de tafel in het restaurant in de Ardennen.
En tot de volgende keer maar weer!
Race to the ferry
Wellington joeg ons de stuipen op het lijf. Diezelfde morgen waren we wakker geworden in Rivendell, of in ieder geval in het regionale park waar de set uit de film had gestaan. Het was heerlijk rustig wakker worden in een prachtige omgeving, waarna we een wandeling gingen maken door het park en de voormalige set opzochten.
Wat een andere wereld was het, toen we met de campervan in het centrum van Wellington terecht kwamen. Stress en drukte en eenrichtingsverkeer haalden ons gelijk uit onze relaxte sfeer. Parkeerplekken waren nergens te vinden, behalve uiteindelijk bij het museum, waar we dan ook gelijk maar onze middag doorbrachten.
De volgende twee dagen, toen we met de bus vanuit een bijliggend dorpje, waar we sliepen, naar het centrum gingen, bevielen veel beter. Zo kon ik zelfs drinken op zaterdagavond! Uiteindelijk bleek het toch een leuke stad, voor een stad.
Maandag vroeg in de middag zouden we met de ferry naar het zuid-eiland gaan. Maar die ochtend wilden we nog even een opnameplek van LOTR bezoeken. Op Mt. Victoria, vlak naast het centrum, was de scene opgenomen waarin Frodo ontdekt dat ze achterna gezeten worden door een Ringwraith, en de hobbits vervolgens als een stel gekken naar de ferry rennen.
De precieze plaats hebben we in onze korte tijd niet gevonden, maar de scene zelf hebben we uiteindelijk wel nagespeeld, toen we zelf moesten racen om onze ferry nog te halen!
Nu zijn we al een dag op het zuid-eiland, nog immer in Picton, waar we aankwamen na een prachtige boottocht door de Marlborough Sounds. Morgen beginnen we een vierdaagse wandeltocht door de Sounds, genaamd Queen Charlotte Track, en daarna zijn we terug met foto’s! De computers hier werken niet mee, maar we hebben weer een mooie collectie om te showen.
Blijf reageren, en tot over vier/vijf dagen!
Ook namens Joop,
Liefs,
Inge






Categorie: