Dus. Het wordt wat slechter weer. Wat regen morgen, tien graden eraf, een wisselvallig weekend. Maar dat betekend niet dat het nooit meer mooi weer wordt, toch? Ok, in Nederland weet je het nooit, maar ik ga er van uit dat het ooit weer zonnig en warm wordt.
Want ik heb de perfecte koekjes gevonden voor als het zonnig en warm is. Ze zijn licht en fris en snel klaar. Ze zijn perfect bij een koud biertje of een glas ijskoude limonade en ze smaken helemaal niet naar karnemelk.
Ik maakte ze een week geleden voor het eerst, zo midden in het warme weer. Ik was iets te royaal geweest bij het vormen van hoopjes, waardoor ze te groot werden en ik liet Joop de glazuur op de koekjes smeren, waarbij al het glazuur op de helft van de koekjes terechtkwam. Vandaag heb ik de glazuur helemaal weggelaten, omdat ik vond dat die de smaak van de koekjes teveel verhulde. Maar als je er wel glazuur op doet: heeeeel licht.
Dit is mijn foto. Van één derde van wat ik vandaag gemaakt heb. De rest ligt in de vriezer, zodat we elke dag verse koekjes hebben. Op de foto’s bij het originele recept, zie je hoe het echt moet, vooral glazuursgewijs.

Karnemelkkoekjes met citroenrasp
vertaald van Orangette
Voor de koekjes:
170 gram bloem
1 theelepel citroenrasp
¼ theelepel baking soda
¼ theelepel zout
85 gram ongezouten boter
170 gram suiker
1 groot ei
½ theelepel vanille-extract
80 ml karnemelk, goed geschud
Voor het glazuur:
85 gram poedersuiker
1,5 eetlepel karnemelk, goed geschud
¼ theelepel vanille-extract
Beleg twee grote bakplaten met bakpapier of silicone bakplaten. Verwarm de oven voor op 175°C.
Meng in een middelgrote kom de bloem, citroenrasp, baking soda en zout.
Klop in een grote kom de boter met een mixer, totdat het romig is. Voeg de suiker toe en klop, totdat het bleek en pluizig is. Voeg het ei toe en klop het goed door elkaar. Voeg de vanille toe en klop weer kort. Klop het bloem-mengsel en de karnemelk er beetje bij beetje doorheen op lage snelheid, beginnend en eindigend met de bloem. Het deeg moet vloeiend en bleekgeel worden.
Schep het deeg met een theelepel op de bakplaten, met ongeveer 4 cm tussenruimte. Bak, één bakplaat per keer, tussen de 11 en 15 minuten, tot de koekjes gerezen en de randjes goud zijn. Laat de koekjes gedurende 1 minuut afkoelen op de bakplaat. Steek ze dan los en laat ze op een rooster verder afkoelen.
Meng ondertussen de gezeefde poedersuiker, karnemelk en vanille. Het mengsel moet heel vloeiend zijn, zonder brokjes suiker. Lepel het glazuur over de warme koekjes. Laat de koekjes rustig afkoelen en het glazuur hard worden.
Voor ongeveer 40 koekjes.
36 in mijn wereld.





